FeWeb-advies over nieuwe e-commerce regels

FeWeb-advies over nieuwe e-commerce regels

8 februari 2019

Webshops mogen retours van consumenten weigeren als de producten gebruikssporen dragen. Voor diensten geldt geen herroepingsrecht. Online platformen moeten transparanter communiceren. Op vraag van de Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO’s bracht FeWeb een advies uit over deze voorstellen van de Europese Commissie.

De Europese Commissie werkt aan een “New Deal for Consumers”: aanpassingen aan het consumentenrecht over verschillende Europese Richtlijnen heen. Via de Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO’s (waar FeWeb in zetelt) kan FeWeb advies verlenen over deze voorstellen. Dit zijn de belangrijkste punten:

1. Herroepingsrecht

Het voorstel van richtlijn voorziet twee aanpassingen met betrekking tot het herroepingsrecht. Ze schaft de verplichting van de onderneming af om het goed terug te nemen indien de consument het gebruikt heeft in plaats van het gewoon te testen. Anderzijds laat het voorstel de handelaar ook toe het goed pas terug te betalen wanneer hij het heeft ontvangen.

De betrokken commissie van het Europees Parlement heeft echter de afschaffing van de verplichting om een gebruikt goed terug te nemen niet in haar tekst overgenomen. FeWeb wenst dat dit punt wel wordt opgenomen in de definitieve tekst.

Benchmark met de fysieke winkel

De Hoge Raad stelt voor om de toets met de fysieke winkel te gebruiken om te oordelen of een teruggezonden product meer dan normale gebruikssporen bevat. In een winkel pas of bekijk je de goederen zonder de labels te verwijderen of het een dag te gebruiken. Dezelfde regels zouden moeten gelden voor e-commerce.

Aangepast herroepingsrecht voor diensten

De Hoge Raad stelt voor om diensten vrij te stellen van het herroepingsrecht.

Omdat diensten niet kunnen geïnspecteerd worden, stelt FeWeb voor dat het herroepingsrecht vervalt op het moment van ingebruikname van de dienst. Zo kan een consument die bijvoorbeeld een abonnement neemt op een bepaalde datum zich nog bedenken gedurende maximum 14 dagen, tenzij het abonnement binnen deze periode van start gegaan is.

Terugzendperiode

Dit aangepast herroepingsrecht impliceert ook dat de handelaar eerst het teruggezonden goed moet kunnen inspecteren alvorens (geheel of gedeeltelijk) terug te betalen. De huidige regeling voorziet dat de handelaar 14 dagen te tijd heeft vanaf het bewijs van terugzending. De terugbetaalperiode moet dus starten bij ontvangst door de handelaar van de teruggezonden goederen.

Vrijstellingen

Sommige sectoren zouden moeten worden vrijgesteld van het herroepingsrecht. Bijvoorbeeld wanneer producten gekocht worden waarvan de prijs bepaald wordt door het moment van het plaatsen van de bestelling (bv brandstoffenhandelaars).

2. Sancties

Heel wat inbreuken gebeuren niet ter kwader trouw. Eerder dan strengere sancties, waaronder een boete van minstens 4% van de omzet voor grensoverschrijdende inbreuken, is de Hoge Raad voorstander van doeltreffende sancties die niet disproportioneel zijn met de inbreuk. Een waarschuwing voor inbreuken die ter goeder trouw gebeuren dient ook bij de mogelijkheden te horen.

3. Transparantie van de marktplaatsen

Voor het groeiende fenomeen van online platformen zijn nieuwe regels voorzien. Er moet bijkomende informatie verstrekt worden aan de consument zodat hij met kennis van zaken een overeenkomst afsluit. Het gaat meer bepaald om de gebruikte rangschikkingsparameters, om het aangeven of de consument een overeenkomst afsluit met een handelaar of een particulier en wie verantwoordelijk is voor het waarborgen van de consumentenrechten.

FeWeb meent hierbij dat de online platformen ook de verplichting zouden moeten hebben om transparanter te communiceren met de webshops om de consumentenrechten te kunnen waarborgen. In de praktijk zien we dat sommige online platformen kerndata over de klant niet wenst te delen met de webshop (bijvoorbeeld de identificatie- en contactgegevens van de klant).

4. Uiteenlopende kwaliteit

Het voorstel preciseert dat handelspraktijken waarbij een product wordt voorgesteld als zijnde identiek aan hetzelfde product dat in meerdere lidstaten in de handel wordt gebracht, terwijl deze producten een significant andere samenstelling of kenmerken hebben, misleidende handelspraktijken zijn.

Volgens de Hoge Raad is dit verbod niet de beste manier om de eventuele problematiek van een verschillende samenstelling van eenzelfde product aan te pakken. Een dergelijk verbod zou immers de hindernissen voor de kmo’s, die het reeds moeilijk hebben om de overstap naar e-commerce te maken, nog groter maken, in het bijzonder gezien de bijkomende marketingkosten die worden gegenereerd. Bovendien hebben de ondernemingen reeds zware verplichtingen op het vlak van etikettering en vermelding van de samenstelling van een product, op basis waarvan de consument perfect de samenstelling van het product in kwestie kan nagaan.

5. Individuele verhaalsmogelijkheden voor de consument

In het kader van de strijd tegen de oneerlijke handelspraktijken biedt het voorstel de consument twee soorten mogelijkheden van individueel verhaal die voorheen ontbraken. Het gaat enerzijds om een mogelijkheid van contractueel verhaal, die de consument die slachtoffer is geworden van oneerlijke handelspraktijken toelaat de overeenkomst op te zeggen, en anderzijds om een niet-contractuele mogelijkheid die de vergoeding van de door de consument geleden schade voorziet.

Deze instrumenten lijken adequaat om de doelstelling betreffende de doeltreffende toepassing van het consumentenrecht te bereiken. De opzegging van het contract zou evenwel moeten worden beperkt tot zwaardere inbreuken die werkelijk gevolgen hebben gehad voor de keuze van de consument om al dan niet een overeenkomst af te sluiten. Aangezien de lidstaten over enige flexibiliteit beschikken, werpt de Hoge Raad als aandachtspunt op dat men er bij de omzetting op moet letten dat de Belgische wetgever niet verder gaat dan wat Europa voorschrijft voor de ondernemingen.

FeWeb vraagt om verduidelijking van ‘zwaardere inbreuken’ door toevoeging van voorbeelden (bijvoorbeeld op basis van het criterium “opzet” of “grove fout” in hoofde van de onderneming).

6. Precontractuele informatie

Het voorstel toont zich flexibeler ten opzichte van de ondernemingen wat betreft de keuze van de gebruikte communicatiemiddelen. Het voorziet immers een vereenvoudiging van de informatieverplichtingen in functie van het gebruikte kanaal. De informatieverplichting betreffende het verhaalrecht moet niet meer verplicht worden opgenomen in de reclamefase. In het licht van de technologische evoluties werd ook de vermelding van het faxnummer afgeschaft en werd ‘enige andere vorm van online communicatie’ toegevoegd (zoals chatbox, etc).

7. Verkoop buiten verkoopruimten

Het voorstel van richtlijn laat aan de lidstaten de ruimte om regels op te stellen over bepaalde aspecten en vormen van dit soort verkoop. Ook hier wil de Hoge Raad vermijden dat de Belgische wetgever regels zou opstellen die te streng zijn voor de ondernemingen en zo hun concurrentiepositie zou benadelen.

FeWeb vraagt een duidelijke definitie van het begrip ‘verkoop buiten verkoopruimten’ omdat dit in de praktijk niet duidelijk is.

Over dit advies

Dank aan FeWeb-lid Sirius Legal en aan onze sectorcollega’s Safeshops en BeCommerce voor de input. Na de consultatieronde door de Europese Commissie en de besprekingen binnen het Europees Parlement zal het de komende maanden duidelijker worden hoe de Richtlijnen zullen aangepast worden. Wordt vervolgd.

Labels:

© FeWeb 2019
Website created and supported by Starring Jane & Procurios
Sluiten